Duikvakantie OWSV Aphrodite Sharm el Sheikh

3 mei – 10 mei

1. De groep

Na maanden voorbereiden (inlezen, zwembadoefeningen en conditie-trainingen) was het dan eindelijk zover. Op dinsdag 3 mei vertrok een delegatie (zie hieronder) van OWSV Aphrodite met aanhang naar het zonnige Sharm-el-Sheikh in Egypte. Een waar eldorado voor beginnende en ervaren duikers.

Dick, Liesbeth , Peter en Wouter Groen,  
Hans, Tessa, Stuart en Emmely Dijkgraaf,
Wytse, Heidy, Nynke en Jort Bouma,
Gézette van Manen en Rene Smeenk,
Marja en Rob Hoffmann,
Pyrenne Lorié en Edwin van Happen

 

2. De reis

Vol verwachting stapten wij in alle vroegte (04.30 uur) in de Schiphol taxi en lieten wij ons nog half bewusteloos naar Hans en Tessa vervoeren. Schiphol of Rotterdam Airport, vroeg de chauffeur nog. Gelukkig stond dat op een briefje van het reisbureau. We hadden werkelijk geen flauw idee in de vroege ochtend. Op Schiphol werden wij al snel aangereden door de bagagekarren van onze medereizende Aphroditianen. Mooi, iedereen had het blijkbaar gehaald, ondanks het ontzagwekkend vroege tijdstip. Inchecken en andere administratieve plichtplegingen verliepen zonder problemen. Belastingvrije artikelen werden gescoord en een licht ontbijtje werd genuttigd. Na het opstijgen vergaste Transavia ons op een doos kleurpotloden voor de jeugd en een koek en zopie voor de volwassenen. Een romantisch niemendalletje op de buis en de viereneenhalf uur vliegen waren om voor wij er erg in hadden.

 

3. Resort Grand Azure

Eenmaal geland in de zandbak van Sharm-el-Sheikh overviel ons de prettige 28-30 graden Celsius. Een fikse verbetering vergeleken bij de bibberende 10 graden, die ons thermometertje in Den Haag had aangewezen. Na de bus, visa, stempels, controle en 500 meter zeulen met bagage en duikuitrusting klommen we in een luchtgeveerde en dito gekoelde autobus. De chauffeur stuurde het voertuig van het vliegveld af en sloeg een zandweg in die ons zo’n 28 kilometer verder naar het noordoosten bij het zeer fraai ogende Resort Grand Azure bracht.

In de lobby van Grand Azure begrepen wij al snel dat de bleke Russin achter de balie niet veel kaas had gegeten van ons schoolboekjes Arabisch. ‘Joe spiek Inlish’ , stamelde ze. ‘ Jes m’aam, wie doe’ antwoorden wij.  Het bleek dat Natasja over de boekingen van de restaurants ging (daar waren er 7 van op het resort, zo verklaarde ze). Om in te checken moesten we 30 meter verder in de lobby zijn. Gelukkig werden we daar vlot geholpen door zeer voortvarende, vriendelijke Egyptenaren die vrijwel alle wereldtalen machtig bleken (m.n. Engels, Duits en Russisch). Behalve een sleutel voor de kamers werd aan eenieder van ons een rood polsbandje uitgereikt dat de rest van de week van cruciaal belang bleek te zijn. Zonder bandje geen entree, geen eten, geen drinken, geen handdoek, geen krimp en geen kans op enige bejegening door het alomtegenwoordige personeel.

Ondertussen had de jeugd de lobby verkend. Het bleek een kruising tussen het Scheveningse Circustheater en de Sixtijnse kapel. Dubbeldikke tapijten op marmeren vloeren, restaurants, bar, souvenirwinkels, grenswisselkantoor en telefonische helpdesk, het was er allemaal. Druipend kwam Nynke binnenstormen. ‘Jee, ze hebben hier zwembaden, groter dan de zee’. Aangelokt door deze eerste berichten volgden we deze jongedame naar buiten en werkelijk. Ze had niet overdreven. De foyer van Grand Azure bleek aan de kopse kant van een kunstig aangelegde baai te liggen. Aan weerzijden omringd door bruinrode vriendelijke en Mediteraan ogende woonkazernes (twee hoog). In de baai palmbomen, groene eilanden verbonden door houten loopbruggen en hutten. Een hiervan bleek een drijvende bar met zes man personeel, die de gasten in het zwembad hun cocktails aanreikten. Wij hadden zoiets nog nooit aanschouwd.

Cool relaxed, alsof wij in het geheel niet onder de indruk waren, volgden wij onze ‘special guide’ die de Aphroditianen kunstig opsplitste in buddyparen en deze naar diverse appartementengebouwtjes loodste. Wij mazzelaars, kwamen in het gebouwtje terecht waarvan de uitgang ongeveer onderaan de trap van 4 giga-waterglijbanen lag. Het gejoel en gejuich van onze kroost was niet van de lucht. Nog voor wij ook maar een koffer hadden kunnen uitpakken, lagen zij al in het zwembad. ‘Dit begint goed’, sprak mijn vrouw veelbetekenend. Enfin, de kamer bleek prettig in orde, met adequaat sanitair een goed zwembad. De TV was behalve op de Egyptische zenders ook op 58 Duitse kanalen af te stemmen. Dus aan het eind van de week sprak onze zoon al een aardig woordje Jetix-Duits. En dat wordt dan opgepikt in Egypte. Wat kinderen betreft verbaas ik me nergens meer over.

Die avond aten wij in het “hoofdgebouw” waarbij de wereldkeuken werd geserveerd door Egyptische obers met chirurgen handschoentjes. Je moest flink dooreten anders plukten de overijverige personeelsleden na twee happen je bord onder je neus vandaan. Normaal niet erg, maar om dan weer een slalom van 50 meter rond het lopend buffet te maken… Het duurde niet lang of wij waren ingespeeld op de gebruiken en omgangsvormen in het restaurant. Wat dat betreft hoefden wij slechts een voorbeeld te nemen aan onze kinderen…. Na de lange dag lagen wij al snel onder de lakens. Er werd die nacht goed geslapen.

 

4. Duikcentrum

De volgende ochtend verzamelden de duiklustigen zich bij de dependance van de duikbasis “Werner Lau” die gevestigd was op het resort. De alleraardigste jongedame, die ons daar probeerde te helpen bleek geen mandaat te hebben om zaken te doen. Waar wij met een gezelschap van 18 man behoefte hadden aan een leuke deal, bleek zij daar niet toe in staat. Dus sprongen wij met z’n allen in twee taxi’s om ons naar Na'ama Bay te laten vervoeren. Onderweg werd gestopt bij een grote moskee, waarbij de mannen naar binnen gingen om te bidden voor een goed verloop van de onderhandelingen met de diverse duikcentra, die wij voornemens waren om te bezoeken. Het moet gezegd, Allah is goed voor ons geweest.

Bij Camel Divers werd ons een 15% discount geboden voor het gehele gezelschap. Met deze kennis togen wij (in de brandende zon) naar de hoofdvestiging van Werner Lau. Daar aangekomen werd in het Duits en Engels telefonisch en live onderhandeld met de Italiaanse Maria, die het tenslotte helemaal begreep. Een 10% discount voor de duikers, een gratis BCD en meer van die dingen. Gewapend met rekenmachines werden de offertes van Camel Divers en Werner Lau naast elkaar gelegd. Werner won.

De vermoeiende onderhandelingen werden afgesloten met halve liters Egyptisch bier dat werd ingeschonken in authentieke plastic Amphora's.

 

Onze ‘eigen’ chauffeurs stonden tot onze verbazing op het afgesproken plaats en tijd te wachten en brachten ons terug naar Grand Azure waar wij ons in de zwembad-baai storten en het zand van onze ruggen spoelden. ’s Avonds werd er luxe gedineerd bij de Italiaan. Binnen de toegemeten anderhalf uur moest a tempo genuttigd worden, om de volgende equipe niet in de weg te zitten. Korte broeken werden niet getolereerd en de obers moesten met twee woorden worden aangesproken. We hadden dit niet verwacht, maar vooral voor onze kinderen was dit een nuttige exercitie in de betere omgangsvormen. Vanaf gepaste afstand zagen wij hoe beschaafd en bescheiden onze kroost zich in den vreemde wist op te stellen (was dit thuis ook maar het geval…)

 

5. Kwallendag

De volgende dag was het “Kwallendag”. Alle (groot en klein) Aphroditianen werden in alle vroegte (7.20 uur) opgepikt door een JalaJala bus en versleept naar Na'ama Bay. Daar maakten we kennis met Mark en Dominique, onze duikleiders, en werden we op het schip de New Jersey losgelaten. Het vertrek uit Namaa Bay was een belevenis. Krioelende mensen op de steiger, karren met duikflessen, rokende en ronkende scheepsmotoren, schreeuwende Arabieren, kortom het werd nu echt vakantie. De Aphrodite aanhang storte zich op badlakens en in de zonnebrandolie. De ‘echte’ Aphroditianen drentelden zenuwachtig om de duikleider heen en maakt hun duiksetjes in orde. Voor de eerste duik moest flink gerekend worden aan de uitloding, want met 12 liter aluminium flessen en het hoge zoutgehalte van de Rode Zee moesten er flink wat kilootjes meer aan de loodgordel worden gehangen.

Op de duikstek "Ras Katy" gearriveerd klonk het luchtalarm van de jeugd en hun moeders. “Getsie, kwallen”. En inderdaad, de zee dreef hier vol met rosewitte schijven.‘ Ze steken niet’, bezwoer Mark en hij demonstreerde hoe je een kwal kon oppakken en over het schip heen kon slingeren. De jeugd liet zich maar matig overtuigen en bedacht dat je ingeval van kwallen maar het best van het dak van de stuurhut (3 hoog) te water kon gaan. Mocht je in een dergelijk geval op een kwal trappen, dan kon die het in ieder geval niet navertellen… Enfin, met veel lawaai werden de haaien rondom het schip verjaagd (kwallen zijn doof, dus die bleven). De duikende Aphroditianen hesen zich in hun uitrusting en gingen te water. Voordat we de checkduik konden maken moest Dick nog even uitleggen dat zijn Aqua Lung echt van Jacques Cousteau was geweest en dat dit de verklaring was voor het uit elkaar vallen van zijn eerste trap. Dominique wist de ontbrekende onderdelen op te duiken en met een Pritt stift werd het geheel weer in elkaar gezet.

 

Op de bodem onder het schip werden enkele elementaire checks verricht (bril af en opzetten en ademautomaat terugvinden) waarna een groepsfoto werd gemaakt. De Hoff(mann) fotograven Rob en Marja schoten digitaal en analoog een paar plaatjes en daarna kon de verkenning van de golf van Akaba pas goed beginnen. Al snel verzeilden wij tussen de puffers, papegaaivissen, tandbaarzen, soldier fish, giant trevallies, trompetvissen, goatfish en porcupine fish. Mark, onze duikleider wist nog een steenvis te ontwaren (niet van rots te onderscheiden) en toen was het al weer tijd om op te stijgen. Onze eerste onderzeese avonturen in deze wateren waren goed bevallen.

Na de duik volgde een zeer smakelijke lunch waarbij het nodige vocht werd ingenomen. Duiken in die hitte maakt dorstig.

Op de tweede stek "Middle Garden" werd in de middag een duikje langs het rif gemaakt. Opnieuw waren er veel vissen en koralen te bewonderen. De jeugd was ook hier goed voor een enorm kwalgebral, reden waarom wij geen haaien tegenkwamen. Spijtig want, zo meldde Mark, ‘vorige week had hij er nog een gespot (een grijze)’.

Moe maar voldaan keerde het gezelschap terug naar Grand Azure. De eerste roodverbrande koppies werden gespot en in de bus lag menigeen te slapen.

 

6. Oefendag twee

De volgende dag constateerde de jeugd dat er beslist veel minder kwallen in het zwembad zaten. Ook op de glijbaan kwam je ze niet tegen. Het was duidelijk dat de duikende Aphroditianen daar geheel anders over dachten... Er werd verder geen poging gedaan om dit de lieve jeugd uit te leggen. Aphrodite ging lekker duiken. Deze maal op "Ras Umm Sid"  en "Near Garden".

De duik op de eerste stek was een mooie stroomduik, die op een aantal plaatsen met grote snelheid langs het rif voerde. We zagen gigantische waaierkoralen (een tuin) en de mooiste zachte (roze, blauwe en geeloranje) koralen. Tegen het einde van de duik arriveerden wij op een plateau met vuurkoraal pilaren waar je vooruit gedreven door de stroming tussendoor moest slalommen. Naast alle bezienswaardigheden werd het daarmee ook technisch gezien een zeer fraaie en leerzame duik. Zoals verwacht kon worden betekende dit voor enkelen een iets hoger luchtverbruik dan gewoonlijk. Mark had zijn pupillen scherp in het oog. Buddyparen werden herschikt, octopussen uitgereikt en een enkeling mocht eerder opstijgen. Al met al een goed gecontroleerde duik en voor ons een bevestiging dat we met een goede duikleider op stap waren.

 

7. Thistlegorm

De derde duikdag was voorbehouden aan de echte diehards die het op konden brengen om rond de klok van 3.20 uur (2.20 uur Nederlandse tijd) op te staan en naar de uitgang van Grand Azure te strompelen. Met vier man (Rob, Marja, Hans, Wytse) klommen we in een gammel busje en na een nachtelijke reis van anderhalf uur en een aansluitende boottocht van 4 uur lagen we dan midden op zee boven het wrak van de Thistlegorm.  Dit wereldberoemde wrak werd in de jaren zestig ontdekt door Jacques Cousteau, die het meer dan tien jaar stil hield. De Thistlegorm was een Engels bevoorradingschip. Het schip werd in 1943 “naar de kelder gejaagd” door een voltreffer van een Duitse Messerschmidt. Negen mensen vonden de dood. De scheepsruimen lagen (en liggen nog steeds) vol met voorraden voor de Engelse troepen van generaal Montgommery. Na een bijzonder hachelijke manoeuvre van onze vriend Mark, die op 30 meter diepte een ankerlijn van de New Jersey op het wrak bevestigde en daarbij in 10 minuten tijd ongeveer 130 bar uit zijn 12 litertje trok, besloot onze Kappi maar gewoon langszij te gaan bij een schip dat reeds geankerd lag. De boeiende conversatie tussen Mark en onze Egyptische voorman laat zich hier niet uitschrijven. “ Briesend van woede” is beslist zachtjes uitgedrukt.  

Nadat de bloeddruk van deze en gene weer onder de 100 bar gezakt was(!) konden wij ons klaarmaken voor onder water. Langs een lijn, die snaarstrak stond in de stroom, werkten wij ons naar beneden. Daar aangekomen kregen we een beeld van de enorme afmetingen van het schip. Vervolgens zwommen we over twee treinwagons, een vliegtuigbom met vleugels, twee omgekieperde tanks met rupsbanden, een zootje (nog) niet ontplofte granaten (500 ponders). Halverwege stuurboord zwommen we rechts uit de flank waar een halfvergane locomotief rechtop de zeebodem stond, 31 meter onder water. Hans en Rob maakten een paar fraaie kiekjes terwijl Wytse de stoomloc aan de praat probeerde te krijgen. Op aangeven van Mark zwommen we rond de imposante boeg en het gigantische anker (zeker 5 meter groot). Na een tochtje over het achterschip, de openstaande ruimen en de plek waar de voltreffer een krater in het schip had geslagen was het tijd om weer omhoog te gaan. Naast de lijn, voorzien van een Werner Lau vlag opdat wij op het goede schip zouden belanden, hingen een aantal geelvin tonijnen met hun kop in de stroom. Zelfs onder water zagen die beesten er onwaarschijnlijk lekker uit. Helaas pindakaas, we mochten er niet vissen met al die duikers onder water.

Na een uurtje uitblazen volgde een tweede duik op de Thistlegorm. Het klapstuk. Via een opening in het voorschip daalden we af naar de diepere ruimen waar meer dan twintig vrachtwagens (vnl. Bedfords) volgeladen met laarzen en motoren (BSA) en wapens (brenguns) stonden weg te rotten. Het zicht in de ruimen was voortreffelijk, dankzij onze lampen en de gaten die hier en daar in de dekken zaten. De stevige stroming rond het schip en de vele duikers die het wrak bezoeken zorgt er ook voor dat alle zwevende stofdeeltjes worden afgevoerd. Ook daardoor heel goed zicht. We zwommen van voor naar achter en belanden tenslotte in de radiohut. Ook de kapiteinshut met zijn badkamer en WC pot werden geďnspecteerd. Door de ruitjes van de kapiteinshut keek ik naar buiten. Dertig meter zicht, hier en daar een vis. Onvoorstelbaar wat moet het een ongelooflijke klap zijn geweest. Zo’n groot schip in een keer rechtstandig naar de diepte. Ondertussen waren wij al een flinke tijd aan het scharrelen op een metertje of 25 en ja hoor, Hans en Wytse zaten flink in deco. Volgens beider “ Suuntootjes” kreeg Hans respectievelijk 11 straf minuten en Wytse 18 (oei). Mark keek niet geamuseerd. Hij dook met Nitrox evenals Rob en Marja. Tja met Nitrox kun je dus langere bodemtijden aan, zoveel werd ons luchtslurpers wel duidelijk. Enfin, hangend aan de bekende groene lijn, bestudeerden wij tonijnen, duikers, het diep onder ons liggende wrak en overdachten wij onze duikerzonden (Gij zult nooit een ongeplande decoduik maken). Hoewel zowel Hans als Wytse nog wel een redelijke voorraad slurplucht bij zich hadden, werden er (heel sympathiek) twee luchtflessen van het schip aan een lijn neergelaten. Wij elk naar een fles, kraan open draaien, automaat wisselen en lurken aan een verse twaalfliter met 200 bar. Achttien minuten doelloos hangen is toch vrij lang merkte ik. Je zwemt niet meer en je wordt langzaam koud, zelfs in het heerlijke water van de Rode Zee. In elk geval, superbuddy Hans besloot om mij 7 minuten extra gezelschap te houden, ondanks het feit dat zijn Suuntootje hem inmiddels permissie had gegeven om op te stijgen. Afgekoeld maar innig tevreden stegen wij op naar het achterdek van de New Jersey. Zo doe je dus een decoduikje, stelden wij vast. Het nut van onze duik Suuntootjes werd weer eens flink duidelijk. Met tabellen kun je hier amper beneden rondkijken. Wellicht ook nog eens een Nitrox specialty doen. Die Rob en Mar deden er best positief over…

Na de duik werden de trossen losgegooid en koerste Kappi weer aan op Ras Mohammed voor een derde duik. Op het "Yolanda Reef & Shark Reef" werd de allerfraaiste stroomduik van de hele week gemaakt. In het diepe blauw keken we naar grote vis, maar behalve een knoert van een barracuda: geen haaien. Dichter bij het rif moesten we flink peddelen en laag over de bodem zwemmen om tegen de stroom in te komen. De zon lichtte op in de duizenden fusiliers/fairy basslets, vlindervissen, baarzen, scholen glasvis, grote en kleine makrelen/trevallies, enorme vleermuisvissen, papegaai- en anemoonvis, kolossale groene napoleons, alle soorten geel-zwart-witte bannerfish, hengelvissen, unicorns, doktersvissen, murenes, honderden en honderden prachtige vissensoorten krioelden hier om ons heen.  Op het Jolanda Reef troffen we een voorraadje WC potten en keramische baden van het Nederlandse wrak Yolanda dat hier in de jaren tachtig van de vorige eeuw verging. Rob en Marja moesten hier afhaken en terugkeren, het zeulen met hun fotografiewinkel tegen de stroom in koste bar veel moeite. Hans, Wytse en Mark konden het rif ronden. Aan de achterkant stond de volle zon op het prachtig gekleurde koraal en werden we door de stroom gedragen. De laatste 20 minuten hoefden we maar een enkele vinslag te maken om een beetje bij te sturen. Heerlijk duiken is dat. Het kost nauwelijks lucht en je houdt het uren vol.

’s Avonds bezochten wij nog de zang- en dansvoorstelling in het openlucht theater van Grand Azure.

 

8. Kamelen, Bedoeďenen, botsauto’s en de gevolgen van dit alles

De volgende dag ging de vrijwel voltallige Aphrodite crew een dagje crossen in de woestijn. In een drietal Jeeps stoof de vereniging met aanhang over de zandpaden van de Sinai. Hotsend en botsend over de buckelpistes drongen de opgeworpen stofwolken zelfs tot binnen de met airco uitgeruste voitures door. Niet gehinderd door enig verkeersbord ragden de Egyptische chauffeurs die slechts 2 tempi kenden, hard en ongekend hard over de uitgestrekte vlaktes. Het gekreun en gesteun van hun op de achterbank stuiterende passagiers drong niet tot hen door. Menig Aphroditiaan werd tegen zijn buurvrouw of buurman opgesmeten en de blauwe plekken en huilbuien (kinderen) waren niet van de lucht. Tja het was kortom een gezellige boel. De subtiele kwaliteitsverschillen tussen de verschillende chauffeurs werd duidelijk bij de palmbomentest. Daarbij slaagden 2 van de 3 chauffeurs om tussen twee palmbomen door te raggen (2 cm ruimte aan weerzijden). De derde “driver” forceerde de linker palmboom en zijn spatbord dusdanig dat met behulp van een andere jeep het spatbordje weer vrij van de band kon worden getrokken. De passagiers liepen blauwe schouders op van de riemen, maar constateerde verder geen botbreuken of tanden door de lip. Achmed grijnsde een beetje. Zijn engels was te slecht om vast te stellen of hij de term “All risk” kende.  Enfin, na de onvoorziene pitsstop werd een korte tijd stilgestaan bij een Bedoeďenendorpje. Waar tandeloze dames een kopje thee serveerden. De jeugd kocht kralenkettingen en verbaasde zich over het feit dat de dorpsjongens op blote voeten over het hete zand en rotsen liepen en daarbij harder vooruit kwamen dan zijzelf op hun Nike Airs.

Na de Bedoeďenen volgde een bezoekje aan Dahab waar een korte kamelenrit het Aphrodite korps bij “the blue hole” bracht. Hier werd gesnorkeld en omdat het kwallenvrij was bijzonder veel mooie vis gezien. ’s Avonds werd in aangepast tempo de terugreis naar Grand Azure aanvaard. “Nogal” vermoeid en stoffig werd aldaar het zwembad opgezocht en de grootste maat alcoholische versnapering aangevraagd die het barpersoneel kon leveren.

Die avond bleek dat de Bedoeďenen hun theewatertjes iets langer hadden mogen koken. Diverse Aphroditianen bleken een flagrante vorm van buikloop ontwikkeld te hebben. Een enkeling wist zich pas in Nederland te herpakken en te genezen van de Egyptische spuugpoep. Norit en andere verdovende middelen brachten voor de meeste patiënten echter het zeer gewenste soelaas.

 

9. Ras Mohammed (film)

De voorlaatste dag trok de gehele delegatie er weer op uit met een schip. De Dream I deze keer, met een verse Kappi en een gloednieuwe bemanning. De Dream I zelf was echter een tikje aftandser dan de New Jersey, maar ach, dat kon de pret niet drukken.

Bij Ras Mohammed werd gedoken op "Jackfish Alley. Hoewel er veel makrelen zaten, werd Jack zelf niet gespot. Ook de haaien, die hier van juli tot september veelvuldig gezien worden, ontbraken aan het tableau vivant onder water. Wel boeiend was het feit dat we de hele tocht op de hielen gezeten werden door een bevallige camera-vrouw, die een mooie film van de Aphroditianen maakte (bekijk de video...). Spijtig genoeg had ze de dolfijnen die wij op de weg naar de duikspot zagen niet in beeld. Dat werd later goed gemaakt toen ze op "Yolanda Reef" fantastische opnamen wist te maken van de schildpad die wij hier op onze tweede duik aantroffen.

 

 

10. Dagje rust, nachtje reizen, retour Holland

Hč, hč.... eindelijk na dagen duiken en dingen doen, was er eindelijk tijd voor rust. Een hele dag op het strandbed, zwemmen in een koele omgeving, cocktails met vruchten, spelende kinderen, ruisende palmbomen en uitchecken uit Grand Azure. ’s-Avonds om 21.00 uur (lokale tijd) vertrok de bus richting vliegveld. Rond de klok van twaalf konden we de Transavia kist in. Tussen 4 en 5 uur in de ochtend stonden we in Amsterdam. Temperatuur 6 graden Celsius. Met korte broek en dito shirt is dat niet fijn. Temperatuur bij vertrek uit Sharm el Sheikh (28 graden, s avonds om 9 uur). Onze Chauf reed ons in een verantwoord Nederlands vaartje naar onze bedjes.  Diep onder de wol droomden wij van prachtige vissen en mooie riffen.

Sharm el Sheikh 2005. Dat was eigenlijk gewoon geweldig.